Naar de inhoud
Erkerkerkerkerk

Het gebouw

De erker, het luik en de kerker

Van buiten een bescheiden duinkerkje, van binnen een gebouw vol lagen: zestiende-eeuws metselwerk, een achttiende-eeuwse erker en — onder een eiken luik — de gewelfde kelder die het gebouw zijn naam gaf.

De Erkerkerkerkerk op de duinrug, gezien vanaf het zuidwesten

Boven de grond

Het gebouw

De kerk is een eenbeukige zaalkerk op een gemetselde plint, met witgeschilderde houten gevels en een houten tongewelf. De westgevel is het oudste bovengrondse deel: zestiende-eeuws metselwerk van kloostermoppen, deels afkomstig van de in 1570 verwoeste voorganger. De donkerrode torenspits dateert van 1889 en is tot ver op zee zichtbaar — generaties vissers gebruikten haar als landmerk.

In de dakruiter hangt sinds 1889 de luidklok ‘Geertruida’, gegoten in Amsterdam. Ze luidt nog altijd met de hand, elke zaterdag om twaalf uur.

1742

De erker

Waarom heeft een dorpskerk een erker? Het antwoord is prozaïsch: ruimtegebrek. Toen de schout van Callantsoog in 1742 een schrijfkamer nodig had om arrestanten in te schrijven, was aanbouwen tegen de westgevel de goedkoopste oplossing. Het resultaat is een vijfzijdige uitbouw op gemetselde consoles, met vensters rondom — zodat de schout zowel het dorpsplein als de duinovergang in de gaten kon houden.

Bij de verbouwing werd de oorspronkelijke keldertrap dichtgemetseld. Sindsdien voert de enige weg naar beneden door een luik in de eiken vloer van de erker. Het huidige luik is een reconstructie uit 1987, met het originele achttiende-eeuwse hang- en sluitwerk.

De erker doet tegenwoordig dienst als kleine expositieruimte: hier liggen de vondsten uit de restauratie van 2024–2026.

Het zestiende-eeuwse keldergewelf van de kerker, verlicht door de nieuwe verlichting uit 2026

Onder de grond

Het luik en de kerker

Wie het luik opent, daalt langs een steile steektrap af in een tongewelfde kelder van ongeveer vier bij zeven meter. De temperatuur is er het hele jaar door elf graden. De wanden vertellen hun eigen geschiedenis: ingekraste scheepjes, telstreepjes en initialen van gedetineerden — het oudste leesbare opschrift luidt ‘C.J. 1687’.

Van ruwweg 1620 tot in de negentiende eeuw diende de kelder als kerker: een doorgangscel voor strandrovers, smokkelaars en strandjutters, in afwachting van transport naar Alkmaar. Comfortabel was het er niet; lang zat er gelukkig zelden iemand.

2024–2026

De grote restauratie

Tussen 2024 en 2026 is de kerker voor het eerst integraal gerestaureerd: het gewelf is geconsolideerd, de vochthuishouding aangepakt en de erker opnieuw gefundeerd. Het archeologisch onderzoek dat daaraan voorafging, leverde meer op dan verwacht: drieëntwintig musketkogels uit 1799, zeventiende-eeuws aardewerk en een reeks tot dan toe onbekende gevangenisgraffiti.

De opvallendste ontdekking zit in de westwand: een zorgvuldig dichtgemetselde doorgang, richting de duinen. Waarheen hij ooit voerde — en waarom hij werd gesloten — is niet gedocumenteerd. In het dorp doen al generaties lang verhalen de ronde over een smokkelaarstunnel naar de duinovergang. Het onderzoek loopt nog.

De doorgang is vakwerk, geen haastklus. Wie hem dichtmetselde, wilde niet dat er ooit nog iemand doorheen ging. Dat maakt het natuurlijk alleen maar interessanter.
dr. Femke de Boer, bouwhistorica

Erker + kerker + kerk

De naam

De naam is precies wat hij lijkt: een optelsom. De erker uit 1742, de kerker eronder en de kerk erboven werden in de volksmond één woord — Erkerkerkerkerk, de kerk met de erker boven de kerker. In 1958 werd de bijnaam de officiële naam.

Taalkundig is het woord een klein wonder: de lettergreep ‘erk’ komt er vijf keer achter elkaar in voor. Neerlandici komen er graag voor langs; het gastenboek bevat inmiddels handtekeningen van drie hoogleraren fonologie.

Sinds 1998

De zusterkerk in Lekkerkerk

De Erkerkerkerkerk is niet de enige Nederlandse kerk met een opmerkelijke erker. De kerk van Lekkerkerk — het dorp aan de Lek waarvan de kerk al in 1276 wordt vermeld — heeft er ook een. En omdat een erker van een kerk in Lekkerkerk in het Nederlands nu eenmaal een Lekkerkerkerkerkerker is (het woord heeft een eigen vermelding in het Wiktionary), was de verwantschap tussen beide gebouwen taalkundig al bezegeld voordat ze elkaar kenden.

Het echte contact ontstond in 1998, toen restauratoren van beide kerken elkaar troffen op een vakdag over erkeronderhoud. Sindsdien zijn de kerken officiële zusterkerken: er is een jaarlijkse uitwisseling, afwisselend in Callantsoog en Lekkerkerk, en bij de restauratie van 2024–2026 dachten de Lekkerkerkse collega’s mee over de fundering van de erker.